Interview met een lid van Pascal

"Mensen die lid zijn geweest van een studentenvereniging, daarin actief zijn geweest, hebben zeker een voorsprong"

Jan van Essen en Marga Ven: Al pratende met Jan Peter Balkenende, voormalig lid (vanaf '74) van het dispuut Pascal. Jan Peter is afgestudeerd geschiedenis en rechten, is woonachtig te Amstelveen en heeft als hobby's antiek en wijn; tevens is hij actief voor het CDA.

Is de twee-fasenstruktuur volgens jou van invloed op de tijdsbesteding van de student?

Ontgetwijfeld, vooral psychologisch. Vroeger had de student een zeer grote mate van vrijheid. Bij geschiedenis bijvoorbeeld deed je het eerste jaar nooit iets. Tegenwoordig ligt het heel anders. Het eerste jaar is zwaar, er is sprake van een afvalrace, een concurrentieslag. De keuze voor een studentenvereniging zal nu ook later gaan vallen, met name in het tweede jaar, wanneer je de zaak wat meer overziet. Door de kortere studieduur zal de gemiddelde activteit van een student binnen een vereniging ook wel korter worden.

Vroeger deelde men syllabi uit ter compensatie van de gemiste kolleges. Denk je dat dit terugkomt?

Misschien zou het een lokkertje kunnen zijn. Echter, het is tegenwoordig veel moeilijker en onverstandiger om kolleges te gaan missen dan vroeger. De inhouden van de kolleges zijn efficiënter geworden.

Door de twee-fasenstruktuur zou je in principe twee studies kunnen doen 2x4 jaar, zodat je betere kansen hebt op de arbeidsmarkt, ben je het daar mee eens?

Tegenwoordig maakt het niet meer uit of je nu één of twee studies gedaan hebt. Het nadeel blijft dat je als je afgestudeerd bent geen ervaring hebt. Praktijkkennis wordt dan belangrijker dan intelligentie. Jammer is wel dat door de twee-fasenstruktuur de student de vrijheif tot ontplooing (sport, verenigingsleven, etc.) voor een groot deel ontnomen wordt.

Vind je ook dat je veel ervaring opdoet binnen een studentenvereniging? Vooral wat betreft het organiseren, regelen en spreken in het openbaar?

Zeer zeker, vooral bij het solliciteren. Mensen die lid zijn geweest van een studentenvereniging, daarin actief zijn geweest, hebben zeker een voorsprong. Deze vormende werking zal in de toekomst een stuk minder zijn door de vernieuwde programma's. Ik doel bij deze vormende werking niet alleen op een studentenvereniging, maar op alle nevenactiviteiten die een student bij zijn studie heeft. Ik vind het heel belangrijk dat een student zich niet alleen op zijn studie concentreert.

Je bent dus duidelijk bang voor afstomping van de student?

Ja best wel, enerzijds is het positief dat mensen genuanceerder denken dan eind '60 begin '70 het geval was, anderzijds gaat dit mijns inziens ten kost van het maatschappelijk engagement. De algemene trent is zo spoedig mogelijk afstuderen en proberen een baan te krijgen. Op deze manier is er sprake van een snellere conformering.

Hoe denk je dat een verenigingskeuze tot stand komt? En wat zou je nu kiezen als je in de gelegenheid was?

Dit vind ik een moeilijke vraag, omdat ik de keuze natuurlijk al gemaakt heb. Ik denk over het algemeen genomen de keuze bewust is, als bijvoorbeeld je ouders lid geweest zijn, of broers of zusters of goede vrienden. Als de keuze onbewust is wordt zij geleid door het toeval in de meeste gevallen. Ik zelf kwam aan in de na-groen tijd, omdat ik eerst een beetje wilde rondkijken. Enthousiaste verhalen van vrienden brachten mij bij Liber. De jongen bij het IAN-standje stond mij tevens niet zo aan, anders was ik misschien meteen daarbij gekomen in plaats van pasna een jaar. (Pascal ging naar Ian in het jaar '74-'75)

Marga Ven

(geredigeerd door M.H. Monné, aug 2002)